Toneelgroep Oostpool - Erik Whien
interview

Een interview met regisseur Erik Whien
door: KW Theaterpromotie

Wat zijn je dromen, wat zijn je idealen, wat doe je hier? Het zijn vragen waarmee Erik Whien zijn publiek wil prikkelen. Sinds januari is hij met Marcus Azzini als huisregisseur verbonden aan de vernieuwde Toneelgroep Oostpool. Zomergasten is zijn eerste grote zaal-regie bij het gezelschap. Whien ensceneert Gorki’s toneelklassieker met het voltallige ensemble, aangevuld met gastacteurs en een live band. Het wordt een schurend portret van een jonge generatie die zich gaandeweg in het hart laat kijken.

Wat mag men van het vernieuwde Oostpool verwachten?
“Wij zijn geen van allen groentjes, we zijn dertigers en al zo’n acht, negen jaar afgestudeerd aan de verschillende Toneelscholen in Nederland. Ik denk dat we nu met z’n allen op het punt zijn gekomen dat we onze krachten willen bundelen om mooie, grappige, toegankelijke, energieke en ontroerende voorstellingen te maken. Dat zijn grote woorden, maar ik meen het wel. Ik denk dat men ons wat dat betreft snel in de armen zal sluiten. We zijn ambitieus, we staan te trappelen. Want ondanks onze ervaring wordt het vooral een groot avontuur.”

Wat vind jij typerend aan jouw voorstellingen?
“Het klinkt wat abstract misschien, maar ik vind transparantie heel belangrijk. Mijn voorstellingen stoppen niet bij de rand van het toneel. Ik hou heel erg van het idee dat je in het theater gezamenlijk gaat kijken naar acteurs die de grote vragen van het leven stellen en deze soms ook proberen te beantwoorden. Maar als publiek kijk je niet alleen, er zit een soort actieve energie tussen de acteurs en het publiek. Je moet als kijker durven meegaan. Mijn voorstellingen bestaan bij de gratie van het publiek.”

Wat inspireert jou? Waarom kies je voor stukken als Narziss&Goldmund, BERGEN en Zomergasten?
“De stukken die je noemt zijn allemaal verhalen over mensen die tegen de grootste vraag , die denkbaar is, aanlopen: ‘wat is de zin van het bestaan en waarom zijn we hier?’ Er zijn nog genoeg mensen die religieus zijn opgevoed, maar er zijn ook veel mensen die denken dat er niets is tussen hemel en aarde. Je komt, je doet wat en je gaat weer. Zo’n gedachte kan verlammend werken, maar kan ook een enorme energie geven. Zo van: als ik hier toch ben, dan wil ik tot een soort beschaving komen, tot antwoorden. Ik ben niet bang om dat soort grote vragen te stellen. Ik denk dat het ook de taak van theater is. Dat je het publiek prikkelt met vragen als: wat zijn je dromen, wat zijn je idealen, wat doe je hier?
Dat is ook waar Zomergasten over gaat. Het is een groep mensen die bij elkaar komt en discussieert over het leven. Al gaandeweg ontstaat er een tweedeling: enerzijds mensen die zich realiseren dat het leven meer van hen verlangt, anderzijds mensen die het wel goed vinden zoals het is. En daar is ook wat voor te zeggen hoor: ik werk in een fabriek, ik verdien mijn boterham, ik heb een vrouw waar ik van hou en that’s life. Terwijl die eerste groep juist groots en meeslepend wil leven. Als publiek mag je van mij de vraag stellen waar je voorkeur naar uitgaat.”

Geeft Gorki zelf ook een antwoord?
“Ik hou helemaal niet van stukken waarbij je aan het eind een trap of opgeheven vingertje krijgt: zo moet het en niet anders. Gorki kijkt juist met heel veel mededogen naar zijn personages, dat vind ik het geniale aan het stuk. Hij heeft Zomergasten destijds geschreven als een pamflet. Het was aanklacht tegen de gezapigheid, tegen de elite, tegen de zogeheten intelligentsia. Hij schopt tegen mensen die alles al hebben. Als je het stuk nu leest, moet je erkennen dat het tweeledig is. Gorki heeft niet alleen sympathie voor de mensen die de barricaden op gaan, maar ook voor de mensen die zeggen: laat mij maar zitten.”

Is het een stuk dat je makkelijk naar onze tijd kan verplaatsen?
“Heel gemakkelijk. Ik ben zelf dertig, de personages in Zomergasten zijn net een tandje ouder. Ze hebben allemaal een plek gevonden in de samenleving, ze hebben werk, sommigen zijn aan kinderen begonnen. Hun ouders zijn meestal arbeiders die hard voor de kost hebben moeten werken. Daarentegen groeit deze generatie dertigers op in enorme vrijheid. Maar dat geeft ze gek genoeg een heel leeg gevoel. Ze hebben alles, maar tegelijk niets en zijn vooral ongelukkig. Dat is een situatie die je ook bij veel hedendaagse dertigers ziet.”

Dit is je eerste grote zaal voorstelling? Wat is het belangrijkste verschil in werken?
“Ik vermoed dat het grootste verschil aan de kant van het publiek zit. Ik heb tot nu toe in de voorbereiding nog niet anders gewerkt dan voorheen. Ik denk na over het stuk, hoe ik wil dat het eruit gaat zien, maar dat doe je ook als je voor tachtig mensen een voorstelling maakt. Ik heb ook wel vaker gewerkt met grote groepen acteurs en ook wel grotere voorstellingen gemaakt. Alleen staan er nu geen honderd stoelen maar zeshonderd. En dat is toch even anders, voor mij maar ook voor de acteurs. Het geeft een beetje het gevoel alsof we straks in een voetbalstadion spelen.”

 >>Meer over Erik Whien