
Lente in Huis Oostpool
IJ HET BEGIN VAN DE LENTE
Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
In een oud stadje, langs de watergracht --
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels van mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In 't boschje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald' over de bruggen, op den wal
Van 't water, langzaam gaande, overal
Als 'n jonge vogel fluitend, onbewust
Van eigen blijheid om de avondrust.
En menig moe man, die zijn avondmaal
Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
Glimlachend, en een hand die 't venster sloot,
Talmde een pooze wijl de jongen floot.
Zóó wil ik dat dit lied klinkt, er is één
Die ik wèl wenschte dat mijn stem bescheen
Met meer dan lachen van haar zachte oog...
(HERMAN GORTER)(1864-1924)
LENTE
Lente of voorjaar is een van de vier seizoenen. De lente volgt op de winter en wordt gevolgd door de zomer. De lente begint op hetnoordelijk halfrond (meestal) op 20 maart en eindigt (meestal) op 21 juni. Op het zuidelijk halfrond begint de lente meestal op 22 september. Tijdens de lente worden in de noordelijker streken van het noordelijk halfrond de bomen veel groener en gaan veel planten bloeien; geleidelijk wordt het warmer en wordt de kans op vorst kleiner; na IJsheiligen (11 mei) is de kans op vorst klein.
Het woord lente is een oude afleiding van lang en heeft betrekking op het lengen van de dagen. Het is verwant aan het Duitse Lenz en het Engelse lent ('vastentijd').
Het begin en einde van de lente (20 of 21 maart - 20 of 21 juni) is bepaald op basis van een afspraak. Astronomisch gezien begint de lente als de dag en de nacht even lang zijn. Tijdens de lente worden de dagen steeds langer. Deze lentenachtevening treedt op rond 20 maart op het noordelijk halfrond en rond 23 september op het zuidelijk halfrond. De zon gaat dan door het lentepunt en de dag en de nacht zijn ongeveer even lang. De lente eindigt met de zomerzonnewende (rond 21 juni op het noordelijk halfrond en 21 december op het zuidelijk halfrond). Dat is het moment dat de zon het hoogste aan de hemel staat.
De koudste lente die door het KNMI in Nederland is geregistreerd sinds 1706 was het jaar 1962. De gemiddelde temperatuur bedroeg 6,5 graden. Het warmste voorjaar was 2007, met een gemiddelde temperatuur van 11,6 graden. Normaal is een gemiddelde temperatuur van 8,9 graden (dit alles gemeten in De Bilt). Ook de hoeveelheid regen kan in de lente veel variëren. In 1983 viel de meeste regen van die eeuw, namelijk 289 mm. In 1996 viel slechts 61 mm.[1]
Effect op mensen
De dagen in de lente worden ten opzichte van de voorgaande winter langer, en het zonlicht wordt sterker. Dat heeft effect op mensen, omdat de hoeveelheid serotonine en dopamine hoger wordt. Dit zorgt voor een algemeen welbevinden en enige euforie, met name bij natuurvolken die veel buiten zijn. Dat het verlangen naar een partner of seks groter wordt is echter niet bewezen, en is mogelijk alleen te danken aan andere, minder verhullende kleding van de mogelijke partners. Naast deze positieve effecten treedt ook voorjaarsmoeheid op, dat volgens een onbewezen theorie te wijten zou zijn aan een nog hoge concentratie melatonine. Traditioneel wordt in Nederland de voorjaarschoonmaak, of grote schoonmaak gehouden, waarbij het hele huis wordt schoongemaakt.
Een paar tips voor de schoonmaak
Streeploze ramen | Sopje met halve theelepel afwasmiddel en een scheut schoonmaakazijn. Wrijf na het zemen de ramen met een prop krantenpapier.
Glimmend leer | Giet baby-olie op een katoenen doek en wrijf stoel of bank in.
Vieze knuffels | Stop ze in een kussensloop in de wasmachine.
Stinkende stofzuiger | Zuig een beetje waspoeder op.
Stinkend matras | Strooi er soda op en zuig dit na een paar uur op.
WACHTEN OP BLOTE BENEN (Martin Bril)
De teleurstelling mag er wezen. Het had mooi weer zullen zijn, maar dat is het dus niet. Als ik me goed herinner, maar voor weerberichten heb ik een slecht geheugen, werd ons via radio, televisie en krant vanaf afgelopen woensdag een schitterend weekend beloofd. Langzaam liepen de temperaturen op – zei Marion de Hond op woensdag nog dat het in het weekend 15, 16 graden zou worden, op vrijdagochtend had ze het al kirrend over twintig graden. In de loop van vrijdag leek ze trouwens gelijk te krijgen, want het was een mooie dag, met files vanaf een uur of een, want iedereen wilde naar huis, maar uiteindelijk zakte de boel vrijdagavond weer in en ging het regenen.
Zaterdag brak aan.
Grijs en ja, koud.
Ineens hoor je ze dan niet meer, die weermannen en vrouwen. Ze draaien nog wel hun bulletins af, maar zonder veel enthousiasme, alsof ze zich toch een beetje schamen voor de schade die ze met hun beloftes hebben aangericht. Misschien zou de wereld wel beter af zijn zonder weerberichten – dat denk ik wel eens. Als zelfs het weer een hype kan worden, hoe diep zijn we gezonken?
Hoe dan ook, vrijdag moest ik in Oosterhout zijn. Plaatselijk kon het in het zuiden wel twintig graden worden, dus eerlijk gezegd ging ik op pad met rokjesdag in gedachten – maar in Oosterhout wemelde het bepaald niet van de blote benen. Het was er mooi weer, dat wel, en overal stonden camelia’s en magnolia’s in volle bloei, maar rokjes – ho maar. Wel veel volk op de been, volle terrassen en ijscoboeren die goede zaken deden, maar dat was het.
Geen rokjes.
Nou ja, twee: het eerste behoorde toe aan een frêle, roodharige vrouw op een oude, rammelende fiets. Ze haastte zich over de Heuvel, het mooiste plein van Oosterhout, iets buiten het centrum, haar rokje – geruit – vloog alle kanten op, haar knieën kregen er iets knokigs van. Ze had dunne, lange benen die onwerkelijk wit waren. Ik kreeg het er koud van, en dat is nou precies niet de bedoeling. Het tweede rokje hoorde bij een meisje dat ging hockeyen – ze had haar stick nonchalant over het stuur liggen, en droeg een grote blauwe kniebeschermer.
Inmiddels voorspelt het KNMI een opleving van het voorjaarsweer op maandag en dinsdag, woensdag zakt het dan, misschien, weer in. Dinsdag zou het dus rokjesdag kunnen zijn. Of is het helemaal niet belangrijk? Natuurlijk niet, maar we hebben genoeg van de winter, en willen dat het zomer wordt. Ik wil mijn loafers aan, T-shirts dragen, zonnebril op, autoraampjes open.
Rokjesdag valt meestal niet op een maandag. Ik heb daar geen verklaring voor. Je zou zeggen; op zondagavond leg je de kleren voor maandag klaar, en na een mooie zondag en alleen maar goede weerberichten, kan dat niet anders dan een rokje, een rok, een jurk of (desnoods) een kniebroek zijn. Panties en broeken kunnen in de kast blijven.
Maar het risico op maandag is te groot. Geen vrouw wil de eerste dag van de week met blote benen lopen en daags daarop niet meer. Wat niet wegneemt dat dit weekend heel wat benen kritisch zullen worden geinspecteerd en onthaard voor de dagen die komen gaan.
Even wachten nog.
Dinsdag is bij nader inzien de perfecte dag. De tweede dag van de week, de woensdag al in zicht. Wie op dinsdag besluit tot blote benen, zit er maar een paar dagen aan vast. Het is al bijna woensdag, en donderdag en weekend. Het genot van blote benen kan ik me alleen maar voorstellen, en dan nog zou de verbeelding wel eens tekort kunnen schieten. Je moet er vrouw voor zijn, vrees ik, om het te begrijpen.
Rokjesdag is de dag van het grote verschil. Een deel van de mensheid dat zich soepel en moeiteloos naar de elementen kan voegen, een deel van de mensheid dat moet lijden. En een korte broek of een cabriolet helpen hier niet.
Even wachten nog.
Dinsdag misschien.
Een waarschuwing is geboden, want als iets op rokjesdag van toepassing is, is het wel onvoorspelbaarheid. Je kunt er naar uit kijken, je kunt er op wachten, je kunt er naar verlangen, je kunt er vergif op in nemen, maar dan nog nemen de dames soms collectief, zonder overleg of instructie van hogerhand, een ander besluit. Een enkeling loopt dan in een rokje, en onveranderlijk zien die blote benen er ontheemd en verweesd uit. Blote benen werken pas als ze met z’n allen zijn, honderden moeten het er zijn, winkelcentra vol.
Effect op planten en dieren
Alle planten, dus ook de landbouwgewassen, beginnen in de lente te groeien na de winterslaap. Ook dieren komen uit hun schuilplaatsen en begin met nestelen. Trekvogels migreren noordwaarts als reactie op de hogere temperaturen. Bij zoogdieren, zoals bijvoorbeeld schapen, worden de jongen vroeg in de lente geboren, zodat ze tegen het eind van de zomer met voldoende reserve het moeilijke winterseizoen ingaan.
Door de toename van het licht, maken planten en bomen nieuwe scheuten en bladeren. Deze ontwikkelen zich uit voedselreserves die zijn opgeslagen tijdens het voorgaande groeiseizoen. In bossen ontwikkelen zich de planten op de bodem het snelst. Deze maken gebruik van de korte periode dat de bodem van het bos nog veel zonlicht ontvangt doordat de bomen nog geen of weinig bladeren hebben.
Vooral bolgewassen ontwikkelen zich snel tijdens de lente. Vanuit de bol kan de plant zeer snel groeien en bloeien. Snel wordt het zaad ontwikkeld, waarna de bladeren bovengronds weer afsterven en de bol in rust blijft tot het volgende lenteseizoen. Voorbeelden hiervan zijnanemonen en narcissen. De expositie in de Keukenhof vindt dan ook alleen plaats tijdens de lente. In de Alpen en andere gebieden met gletsjers beginnen deze te smelten, waardoor de rivieren zwellen.
Video
>> Lente op de Veluwe
>> Lente in de dierentuin (1950)