Toneelgroep Oostpool | Marcus Azzini | Bas de Brouwer

Menselijkheid en anders-zijn

In de theaterwereld leeft op dit moment sterk de kwestie van diversiteit: of juist het gebrek hieraan. In het kader van deze diversiteitsdiscussie sprak huisdramaturg Fanne Boland begin eind 2017 met artistiek directeur Marcus Azzini. Uit dit gesprek is onderstaande visie ontstaan. 

Diversiteit in het dna van Oostpool

Toneelgroep Oostpool erkent het maatschappelijke probleem van diversiteit. Dat wil zeggen: de samenstelling van de bevolking wordt niet altijd goed gerepresenteerd in (maatschappelijke) organisaties en hun output. Het is een probleem dat zich op veel verschillende manieren manifesteert en niet tot onze landsgrenzen beperkt blijft.

De kunstsector krijgt van de overheid de opdracht zijn verantwoordelijkheid te nemen in het gezamenlijk oplossen van dit representatieprobleem. Theater is van oudsher bezig met representatie: hoe wordt de wereld weergegeven op het podium? De representatie-strategieën en de beoogde effecten ervan krijgen in elke tijd een andere inhoud en vorm. Elke tijd heeft een andere spiegel nodig.   

Het bieden van een ander perspectief op de mens in de wereld

De manier waarop de wereld gespiegeld wordt in het theater is een artistieke vraag. De artistiek leiding van Oostpool is voortdurend impliciet en expliciet met deze vraag bezig. Het is een vraagstuk dat altijd aan verandering onderhevig is, omdat het aan de kern van theater-maken raakt: het bieden van een ander perspectief op de mens in de wereld.  

Marcus Azzini staat als artistiek directeur aan het roer van dit interne debat. Zijn persoonlijke ervaringen liggen aan de basis van zijn visie op het representatieprobleem van diversiteit. Toen Azzini begon te werken als regisseur had niemand het over zijn buitenlandse afkomst. Hij voelde nooit de behoefte om een punt te maken van het feit dat hij uit Brazilië komt en via Italië en Engeland in Nederland terechtgekomen is. In Amsterdam vond hij wat hij zocht. Maar het duurde jaren voordat hij doorgrond had welke culturele verschillen er zijn en hoe je die kunt overbruggen. Dat proces is voor elke migrant (vrijwillig of onvrijwillig) een ingrijpend proces.  

Migrant. Pas de laatste paar jaar gebruikt Azzini dat woord als hij over zichzelf praat. Juist de afgelopen paar jaar waarin hij merkt steeds meer geworteld te zijn in Nederland. Zijn integratie is voltooid. Zijn professionele en privéleven verschillen in algemene zin niet van iemand die hier geboren is. In diezelfde recente jaren kwam het maatschappelijke debat over diversiteit tot een hernieuwde climax. Ineens voelt Azzini de behoefte zijn migrant-zijn aan te kaarten. Het lijkt wel alsof je alleen migrant bent als de culturele verschillen groot zijn en tot thema gemaakt worden. Maar Azzini wil juist laten zien dat er verschillende manier zijn om met anders-zijn om te gaan. Dit heeft alles te maken met zijn visie op diversiteit: het is iets dat zich uiteindelijk afspeelt tussen individuele mensen en niet tussen maatschappelijke groeperingen.  

Het diversiteitsdebat valt momenteel bijna samen met het racismedebat. Vooral de discriminatie tussen huidskleuren is een maatschappelijk heet hangijzer. Dat is een zeer relevant debat. De vraag is alleen hoe het theater deze discussie zou moeten representeren. Azzini kiest ervoor om deze kwestie niet een op een op het toneel te zetten. Theater kan méér dan het tonen van een uitvergrote werkelijkheid. Ook het omdraaien van machtsverhoudingen tussen huidskleuren is niet genoeg: het binaire principe dat er aan ten grondslag ligt wordt dan nog steeds in stand gehouden. 

Hoe kun je je identificeren met iemand die niet hetzelfde is als jij?

Daarentegen benadert Azzini deze problematiek vanuit de vraag van identificatie. Zijn voorstellingen stellen de vraag: Hoe kun je je identificeren met iemand die niet hetzelfde is als jij? Deze vraag gaat over veel meer dan alleen kleur. Het is een vraag die in wezen over diversiteit gaat, maar dan op persoonlijk-menselijk niveau.  

De voorstellingen zijn op identiteit en menselijkheid gericht. Veelal hanteren ze de strategie van het inzoomen: ze tonen een mens op microniveau. In een Azzini-voorstelling wordt het kwaad niet ontmaskert, de waarheid over de wereld wordt niet uiteengezet, het is geen enscenering van media-meningenZijn regies worden gedreven door een constructief optimisme. Hij zoekt naar verbindingen tussen mensen, naar een veilige context waarbinnen mensen kunnen groeien en zichzelf overstijgen.  

Azzini spreekt zelfs van een ‘zacht activisme’ en stelt ‘theater is mijn kerk’. De voorstellingen moeten aanzetten tot een open blik op jezelf en nieuwsgierigheid naar de ander. Geenszins is het doel mensen in elkaar te laten veranderen. Azzini beoogt een ontmoeting met respect voor verschil. “Ik wil niet laten zien dat de wereld kut is, dat weten we al. Ik wil laten zien dat we elkaar hebben en dat dat de redding is. We moeten niet op zoek naar de waarheid, maar naar elkaar.” Daarom worden er bij Oostpool acteurs van verschillende etnische achtergronden gecast, wordt er cross-kleur en cross-gender gecast en worden er verhalen verteld vanuit verschillende menselijke perspectieven, zonder dat de voorstellingen daar direct over gaan 

Hoe nu mens te zijn?

Sluiten